Na een drukke week vol inhoud en uitwisseling, kwam het weekend net op tijd om even uit te blazen. Vandaag maken we een toeristisch uitstapje naar Brussel en Tervuren.
We begonnen het bezoek op een locatie met een duidelijk Congolees verleden: het Koninklijk Paleis in Brussel. Tot op vandaag blijkt dat ons koningshuis interesse heeft in onze voormalige kolonie. Een groot deel van de inrichting en een aantal verbouwingen van dit paleis werd gefinancierd met middelen die Leopold II in Congo verzamelde. Ondertussen weeten ook onze bezoekers dat de laatste koninklijke bezoeker in Congo de komende weken niet erg welkom zal zijn in dit paleis.
Via het Park van Brussel daalden we af door de Ravensteingalerij naar het Centraal Station. Vele groepen uit de jeugdbewegingen vulden de centrale hal op deze eerste dag van de paasvakantie. Wij namen echter niet de trein, maar wandelden verder tot op de grote markt. Jerome, Marie en Michel keken hun ogen uit naar het imposante stadhuis en de prachtig gerenoveerde gevels van de historische huizen. Een paar straten verder werd Manneken Pis door toeristen omringd. Veel was er echter niet te zien. Ons Manneke had ter gelegenheid van de Zombie-parade een draculakostuumpje aan, inclusief masker.
Om onze Congolese vrienden niet te hard te vermoeien op deze ‘vrije’ dag, namen we de metro om terug te keren naar het hogergelegen deel van Brussel. Bij het eerste vertrek van de ondergrondse trein, moesten ze even zoeken naar het evenwicht, verrast door de snelheid. Maar algauw genoten ze volop van deze efficiënte manier om door de hoofdstad te rijden. Vooral ook omdat ze uitkeken naar het vervolg van de uitstap: een wandeling door de Matonge, de Afrikaanse wijk in Brussel.
Hoewel ze al over deze plek gehoord hadden, hadden ze niet verwacht dat er zo een actieve Afrikaanse gemeenschap zou zijn. De vele kapperszaken zaten stampvol, in de kleine winkeltjes was het soms drummen om binnen te geraken en de eerste Congolese restaurants begonnen hun terras klaar te zetten. In de winkels herkenden onze Repam-gasten veel producten die ze zelf ook kweken: arachidenoten, pepertjes, kleine aubergines, verschillende soorten knolgewassen, de bladgroente ‘amarenthe’… De typische Afrikaanse stoffen werden van dichtbij bekeken, maar bleken dubbel zo duur als in het thuisland.
Na een weekje Vlaamse kost, hadden onze bezoekers wel eens zin in een Afrikaanse maaltijd! Geen probleem in deze buurt, dus al snel zaten we achter onze schotels met geit, tilapia en bakbananen. Duimen en vingers werden letterlijk afgelikt. En met een volle maag en vernieuwde krachten stapten we de wagen in op weg naar museum voor Midden-Afrika in Tervuren. Dit museum toont heel wat over Congo en zijn geschiedenis en was dan ook erg boeiend voor de Congolezen. Ze keken hun ogen uit naar de vele voorwerpen van verschillende stammen, de opgezette dieren en de mooie audiovisuele informatie over hun land.


